Op 18 november 2015 heeft het Friedrichstadt-Palast Berlijn, om haar stichters Max Reinhardt, Hans Poelzig en Erik Charell te eren, het gedenkteken aan de Friedrichstraße 107 feestelijk onthult. Onder de aanwezigen was Tim Renner (destijds de staatssecretaris van cultuur), Prof. Dr. Christoph Stölzl (President van de Hogeschool Franz Liszt, Weimar), de beide artiesten Oliver Störmer en Cisca Bogman (stoebo) en Peter A. Poelzig, kleinkind van de geëerde expressionistische architect.

 

 

De toneelgeschiedenis van het Friedrichstadt-Palast Berlijn begint op 28 november 1919 met de opening van het Großes Schauspielhaus (grote theater). De basis van de wereldwijde roem van dit Berlijnse amusementspaleis ligt bij de drie, nu geëerde, kunstenaars Max Reinhardt, Hans Poelzig en Erik Charell.

 

Reinhardt is de meest visionaire theatermaker en theaterondernemer van zijn tijd. Poelzig is een architect die zich in Berlijn op vele gebieden, zoals het Haus des Rundfunks, heeft onderscheiden. Charell is de man van de grote revues uit de gouden twintiger jaren in Berlijn, ontdekte Marlène Dietrich en de „Comedian Harmonists“ en schiep de operette „Im Weißen Rößl“, een wereldwijd succes.

 

Door de Nationaalsocialisten werd hen het werken in Duitsland vanaf 1933 onmogelijk gemaakt. Reinhardt en Charell moesten Duitsland in verband met hun Joodse afkomst ontvluchten, mede omdat Charell door zijn homoseksualiteit nog eens extra in gevaar was. Poelzig werd door zijn expressionistische („ontaarde“) architectuur aan steeds meer represailles onderworpen.

 

Op 18 januari 1934 werd het theater het propagandatheater van de Nationaalsocialisten en omgedoopt tot het „Theater des Volkes“. Op 1 november 1947 kreeg het de huidige naam „Friedrichstadt-Palast“.

 

Voor directeur Dr. Berndt Schmidt, op wiens initiatief het gedenkteken is ontstaan, moeten de beweegredenen uit het verleden in het licht van ons hedendaagse handelen worden gezien: „Tegen de achtergrond van twee overwonnen dictaturen in onze toneelgeschiedenis staat het Palast onder mijn supervisie bewust voor vrijheid, veelzijdigheid en tolerantie. Om onze oprichters te eren, die beeldbepalend waren voor het Palast en later alle drie te lijden hebben gehad onder het Nationaalsocialisme, heeft het Friedrichstadt-Palast gemeend voor hen dit gedenkteken aan de Friedrichstraße te moeten oprichten.”

 

Het gedenkteken is door ‘stoebo – Bogman & Störmer’ ontworpen. De Nederlandse media-artiest Cisca Bogman werkt tevens als kunstschilder en graficus. Olivier Störmer is als kunstenaar, beeldhouwer en kunstdocent actief.

 

Prof. Dr. Christoph Stölzl sloeg in zijn openingstoespraak een cultuurhistorische brug: „De oprichters staan voor de uitvinding van een massacultuur, die voorheen nog niet bestond – een geheel nieuwe, democratische vorm van amusement.“

Het negatief in de steen van gegoten beton vertegenwoordigt de denkbeeldige lichtstraal van een theaterschijnwerper. Aan de onderkant wordt de bedoelde projectie van de straal als ovaal grondvlak van donker, geslepen gietasfalt met glittereffect weergegeven. Het conische schijnwerperlicht, dat uitsluitend uit zijn negatieve omschrijving resulteert, blijft immaterieel. Als een universeel zinnebeeld voor de wereld van het theater en de revue vormt het een schakel tussen verleden en heden en verwijst naar het ontbreken van de drie protagonisten.

Bij het gedenkteken behoort een zuil met onderstaande tekst over het Großes Schauspielhaus, Max Reinhardt, Hans Poelzig en Erik Charell.

 

De Duisburger architect Peter A. Poelzig is onder de indruk en emotioneel geraakt door het project. „Mijn grootvader was een voorbeeld voor een hele generatie architecten en er is nauwelijks een bouwwerk van zijn hand dat geen inspiratiebron voor anderen is geweest. Bijna 80 jaar na zijn dood eert het kunstwerk hem met een sublieme, heel mooie en duidelijke boodschap.“

Großes Schauspielhaus

De toneelgeschiedenis van het Friedrichstadt-Palast Berlijn begon in 1919 met de oprichting van het Großes Schauspielhaus (grote theater). De basis van de wereldwijde roem van dit Berlijnse amusementspaleis ligt bij drie kunstenaars:

 

Max Reinhardt, Hans Poelzig en Erik Charell.

 

Door de Nationaalsocialisten werd hen het werken in Duitsland vanaf 1933 onmogelijk gemaakt. Reinhardt en Charell moesten Duitsland in verband met hun Joodse afkomst ontvluchten. Charell liep door zijn homoseksualiteit nog eens extra gevaar. In de daarop volgende donkere jaren in de Duitse geschiedenis doofde het »Derde Rijk« van Hitler hun licht op deze en andere bühnes. Het gedenkteken is aan deze drie kunstenaars opgedragen.

 

1918 In opdracht van Max Reinhardt verandert Circus Schumann, dat tussen de Schiffbauerdamm en de huidige Reinhardtstraße ligt, in het meest moderne theater van Europa met 3.200 zitplaatsen. De architect Hans Poelzig creëert met zijn expressionistische vormtaal een waar architectonische icoon in de architectuur, dat beroemd wordt als »druipsteengrot«.
1919 Op 28 november opent het Großes Schauspielhaus haar deuren met Reinhardts succesvolle theaterproductie van de »Orestie« van Aischylos.
1924 Met de omvorming tot een amusementstheater haalt Erik Charell, de nieuwe theaterdirecteur, de glamour van grote Broadway-shows naar Berlijn en versmelt deze met intelligente grappen tot een typisch Berlijnse revuestijl.
1933 De Nationaalsocialisten onteigenen het theater en stellen het als »Theater des Volkes« onder toezicht van het Rijksministerie van Propaganda. Alle Joodse artiesten en medewerkers verliezen hun baan. De druipsteengrot van Poelzig, in deze tijd aangeduid als »ontaarde architectuur«, wordt in 1938 gesloopt c.q. aan het zicht onttrokken.
1945 Heropening kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog.
1947 Op 1 november krijgt het gebouw een nieuwe naam: Friedrichstadt-Palast. Het Palast ontwikkelt zich tot het centrale amusementstheater van de DDR.
1980 Het oude theater moet op last van de overheid gesloten en later gesloopt worden.
1984 Het Friedrichstadt-Palast wordt op de huidige plaats vervangen door nieuwbouw in de Postmodern Socialistische Stijl en op 27 april geopend. Tegenwoordig geldt het als het grootste en meest moderne amusementstheater van Europa.

 

Foto: Architekturmuseum in der Universitätsbibliothek der TU Berlin

Max Reinhardt

 

geb. 9 september 1873 in Baden bij Wenen
overl. 31 oktober 1943 in New York
Toneelspeler, regisseur, theaterondernemer

 

De unieke theatercarrière van Max Reinhardts is nauw met Berlijn verbonden. Vanaf 1894 speelde hij aan het Deutsches Theater en nam in 1905 de leiding hiervan over. Onder zijn regie veranderden de klassieke stukken voor het eerst in fantastisch-zinnelijke kunstwerken. Door tijdgenoten als »theatermagiër« bewondert, behoorde hij tot de trendsetters van het moderne theater.

 

Reinhardt richtte meerdere Berlijnse bühnes en de eerste Duitse toneelschool op. Met het Großes Schauspielhaus maakte hij in 1919 zijn droom waar van een vaste arenabühne voor een massapubliek.

 

Na de overdracht van het theater aan Erik Charell in het jaar 1924 richt Reinhardt zich meer op Oostenrijk, waar hij in 1920 medeverantwoordelijk was voor de oprichting van de Salzburger Festspiele.

 

Na de machtsovername door de Nationaalsocialisten in 1933 verloor Reinhardt vanwege zijn Joodse afkomst zijn Berlijnse bühnes. Om aan de vervolging te ontkomen, verliet hij Duitsland om er nooit meer terug te keren. In eerste instantie woonde hij in Oostenrijk, voordat hij na de aansluiting van Oostenrijk bij het Derde Rijk in 1938 naar de Verenigde Staten van Amerika emigreerde. Daar stierf hij in 1943.

 

Overige informatie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Max_Reinhardt

 

Foto: Deutsche Kinemathek

Erik Charell

 

geb. 8 April 1894 in Breslau
overl. 15 juli 1974 in München
Danser, choreograaf, regisseur

 

Als assistent van Max Reinhardt leerde Erik Charell de glamoureuze Broadway-shows kennen. In 1924 nam hij de artistieke leiding van het Großes Schauspielhaus over en ontplooide zich met een serie gevierde producties tot de »revuekoning« van Berlijn. Hij engageerde artiesten zoals Claire Waldoff, latere wereldsterren zoals Marlene Dietrich en ontdekte de Comedian Harmonists.

 

Charell, die de legendarische line up van danseressen in Berlijn op grootse wijze ten tonele bracht, vierde in 1939 met de première van de revue-operette »Im Weißen Rößl« een sensationeel succes in het Großes Schauspielhaus. In 1931 stapte hij over naar de UFA en draaide als regisseur de succesvolle muziekfilm »Der Kongreß tanzt« (Het congres danst).

 

Charell was Joods en homoseksueel. Na de machtsovername van de NSDAP werden alle contracten door de UFA opgezegd. Hij herkende het gevaar vroegtijdig en verliet Duitsland al in 1932. Hij verbleef enige tijd in Londen en Parijs en emigreerde later naar de Verenigde Staten van Amerika. Na de Tweede Wereldoorlog keerde Charell terug en vierde in 1950 in München met de operette »Feuerwerk« (Vuurwerk) en het hernieuwde uitvoering van zijn “Im Weißen Rößl” een comeback. In 1969 ontving hij voor zijn verdiensten de Filmband in goud.

 

Overige informatie: https://en.wikipedia.org/wiki/Erik_Charell

 

Foto: Deutsche Kinemathek

Hans Poelzig

 

geb. 30 april 1869 in Berlijn
overl. 14 juni 1936 in Berlijn
Architect, schilder, artiest, leraar aan de Hoge School

 

Hans Poelzig stond van 1919 tot 1921 aan het hoofd van het Deutscher Werkbund. De Europese bekendheid van Poelzig begon met de ombouw van het Großes Schauspielhaus in de jaren 1918/1919. Voor de beroemde »druipsteengrot« liet hij ter verbetering van de akoestiek het koepelplafond van de toeschouwersruimte voorzien van duizenden nokken van gips.

 

Poelzig droeg wezenlijk bij aan de doorbraak van de moderne architectuur in Duitsland. Hij schiep belangrijke bouwwerken in de stijl van de nieuwe zakelijkheid, zoals het Berlijner »Haus des Rundfunks« en de centrale van IG Farben in Frankfurt am Main.

 

Als vicevoorzitter van de »Preußischen Akademie der Künste« (Pruisische Academie der kunsten) en directeur van de verenigde staatsscholen voor de vrije toegepaste kunst in Berlijn stond hij in het begin van het jaar 1933 op het hoogtepunt van zijn carrière. Als vertegenwoordiger van de moderne architectuur ontsloegen de Nationaalsocialisten hem echter al in het voorjaar van dat jaar uit al zijn functies.

 

Beroofd van zijn mogelijkheden in Duitsland, besloot Hans Poelzig in 1936 om een professoraat in Turkije aan te nemen, maar helaas stierf hij voordat hij kon emigreren.

 

Overige informatie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_Poelzig

 

Foto: Rheinisches Bildarchiv

Naar boven